Vergoeding hogere reiskosten/meer reistijd door verplaatsing onderneming

De werknemers van een bedrijf hebben een reiskostenvergoeding. Als het bedrijf op enig moment wordt overgedragen en een andere standplaats krijgt, moet er zo’n 100 km meer per enkele reis worden afgelegd. De werknemers vorderen een verhoging van de reiskostenvergoeding naar rato (en voor onbepaalde tijd). Dit loopt nogal fors op. De vraag is dus: welke verplichtingen ontstaan er nu precies naar het personeel? Uit de arbeidsovereenkomsten blijkt niet dat de werknemers recht hebben op een vaste reiskostenvergoeding per km. Daarom wordt de vordering afgewezen. Het Hof oordeelt niettemin dat een wijzing van standplaats in de risicosfeer van de werkgever ligt.

Op grond van goed werkgeverschap mag worden verwacht dat een werkgever een redelijk voorstel doet voor de te maken extra reiskosten en de extra reistijd. Maar wat is een redelijk voorstel? Belangrijk om te vermelden is dat werkgevers ervoor kunnen kiezen om een afbouwregeling te hanteren. In deze zaak bouwt de reiskostenvergoeding in 4 jaar af. De reistijd is toegenomen met 40 tot 60 uur per maand. Het hof acht een jaarlijks af te bouwen tegemoetkoming – op basis van respectievelijk 15, 10 en 5 te verlonen uren per werknemer per maand – hier redelijk.

Reacties zijn gesloten.