Vrijgestelde EU-beloning beïnvloedt algemene heffingskorting niet

Een Nederlandse ambtenaar was in 2015 werkzaam voor een EU-instelling. Het salaris dat hij dat jaar genoot (afgerond € 95.000) was op grond van een EU-protocol vrijgesteld van Nederlandse belastingheffing. Daarnaast had de ambtenaar nog andere inkomsten in Nederland (afgerond € 7.000). Bij het vaststellen van de algemene heffingskorting telde de inspecteur het vrijgestelde inkomen mee, waardoor de heffingskorting werd verlaagd met de maximale vermindering van € 861. Rechtbank Den Haag oordeelde dat de inspecteur gelijk had, maar Hof Den Haag kwam hier tot een ander oordeel.

Hof Den Haag concludeert dat de vermindering van de algemene heffingskorting in strijd is met het EU-recht. Door het vrijgestelde inkomen mee te tellen bij de vaststelling van de algemene heffingskorting, worden de overige inkomsten getroffen door een substantieel hogere IB-heffing. Het feit dat er in de Wet IB 2001 rekening wordt gehouden met de draagkracht van een belastingplichtige vormt geen rechtvaardiging voor een last die strijdig is met het EU-protocol.

Reacties zijn gesloten.